07 jun BOUW VAN HET NIEUWE FACULTEITSGEBOUW VOOR ITC IN ENSCHEDE VAN START

Op de UT campus Drienerlo in Enschede is het startsein gegeven voor de bouw van het
nieuwe faculteitsgebouw voor ITC, ontworpen door Civic Architects, VDNDP en Studio
Groen+Schild.

Het International Institute for Geo-Information Sciences (ITC) is een bijzondere faculteit
aan de Universiteit Twente. Uit de hele wereld komen – met name post-master –
studenten naar Enschede om te onderzoeken hoe ze hun land van herkomst kunnen
verduurzamen. Het faculteitsgebouw is voor hen een thuisadres, een ontmoetingsplek
en een duurzaam symbool. Het gebouw herbergt onderwijsruimtes, laboratoria, een
groot studiecentrum, kantoren, een restaurant en vier patiotuinen.

Sculpturale sloop
De architectuur van het gebouw draait om het scheppen van ruimte – niet door toe
te voegen maar door weg te laten. De faculteit gaat niet nieuw-bouwen maar wordt
gehuisvest in het bestaande casco van Langezijds; een voormalig laboratorium van 220
meter lang en 38 meter diep uit 1972. Het gebouw, ontworpen door Van Embden en
Choisy, is opgebouwd uit een lage betonnen begane grond en hoge stalen verdieping.
Het nieuwe ontwerp behoudt de constructie, maar doet daarin één cruciale ingreep:
Middels grote snedes zorgen vier atria voor groen, daglicht, verse lucht en een heldere
oriëntatie in het gebouw.

Verweving van architectuur en landschap
Drienerlo is een prachtige campus, op modernistische leest geschoeid met een
contrastrijke relatie tussen gebouwen en groen. Het nieuwe ITC overstijgt dat contrast
en verweeft architectuur en landschap. Door een van de atria naar de gevel te schuiven
krijgt ITC een eigen adres op de campus, precies op de plek waar twee belangrijke
assen op de campus elkaar ontmoeten. Het landschap plooit naar binnen, de bomen
groeien tot in het gebouw.

De poëzie van wat er al is
De architectuur zet in op de poëtische schoonheid van het bestaande. De rauwe betonen
staalconstructie blijft in het zicht. Deze heeft een karakter dat met nieuwbouw
nooit te evenaren is. Zaagsnedes worden getoond, balken steken door naar buiten,
kolommen staan als ruïnes in de atria. De beplanting groeit over de constructie
heen, nieuwe trappen hangen eraan vast. De nieuwe elementen voegen zich naar de
oorspronkelijke architectonische logica van ‘sticks & beams’. De materialen van het
interieur zijn robuust, de details verfijnd. Er worden alleen materiaaleigen kleuren
toegepast, er wordt geen verf gebruikt. De gevel varieert op de oorspronkelijke
structuur van de betonnen onderbouw en de glazen verdieping, met een subtiele
ritmiek van uitstekende gevelstijlen met verdiepte neggen voor te openen delen. De
atria verlichten het gebouw van binnen naar buiten.

Tuinen als ontmoetingsplekken
De wetenschappelijke departementen zijn geclusterd rondom de atria. Onderwijs,
kantoren, labs en studieplekken zijn gemixt. Beneden is er plek voor concentratie,
boven liggen de grotere vertrekken en is er ruimte voor ontmoeting. Via open
studielandschappen staan de groene atria in contact met de gevel. Rondom de
entreezone liggen de meer publieke functies; een trap/presentatieruimte, het
restaurant en het ‘learning centre’/bibliotheek. Een brede binnenstraat verbindt alle
ontmoetingsplekken op de verdieping.

Meebewegen met het klimaat
Het slim omgaan met bestaande eigenschappen legt de basis voor een beleefbaar
duurzaam gebouw. De vier atria van 12 bij 24 meter stimuleren natuurlijke ventilatie en
vormen kleine ecosystemen voor flora en fauna: De planten staan er in de volle grond,
regenwater loopt van de glazen daken zo de vijvers in. De horizontale zonwering op
de zuidgevel voorkomt opwarming in de zomer en beeldscherm-glare in de winter.
Gebruikers kunnen de ramen openen en zo het klimaat direct beïnvloeden. Het nieuwe
ontwerp bundelt de installaties voor beide verdiepingen in een ‘plenum’ boven op
de verdiepingsvloer, waardoor de begane grond geen luchtkanalen heeft en het
karakteristieke bims-plafond op de verdieping in zicht blijft.